Vorige week schreef ik over het Certificaat van Onderzoek (CvO) dat straks verplicht is voor alle schepen vanaf 20 meter. Hiermee was ik bewust iets te kort door de bocht. De regels zelf zijn namelijk al complext genoeg. Straks moet elk schip op de Nederlandse en andere Europese binnenwateren van tenminste 20 meter voorzien zijn van een certificaat. Echter in de regels staat ook dat dit geldt voor schepen waarvan de uitkomst van de formule Lengte * Breedte * Diepgang groter dan of gelijk is aan 100 m3. Waarbij onder diepgang niet wordt verstaan wat wij normaal onder diepgang verstaan. Maar diepgang is de verticale afstand van het laagste punt van de scheepsromp aan de onderkant van de bodembeplating of van de kiel tot het vlak van de grootste inzinking van de scheepsromp in meters. U begrijpt waarom ik dit heb weggelaten.
Consequentie van deze bepaling is wel dat ook schepen korter dan 20 meter toch met de verplichte certificatie te maken krijgen als zij maar breed genoeg zijn en/of diep genoeg steken.
Veel lezers wezen ons daar op. Terecht. In de regels staat ook nog een opsomming van schepen die ongeacht hun maat ook een certificaat moeten hebben, zoals passagierschepen.
De formule van L * B * T >= 100 m3 geldt ook voor pleziervaartuigen. Een "scheepje" van 14,95 meter (geen klein vaarbewijs verplicht !) bij 4 meter en een diepgang 1,75 moet daardoor dus mogelijk ook al een certificaat hebben. Mogelijk, want het gaat hier om de diepgang volgens die speciale definitie en is dus mede afhankelijk van het ontwerp van de romp. Een buiten de romp diepstekende kiel telt hierdoor niet mee. Heeft u dus een schip dat mogelijk aan deze maat komt dan doet u er verstandig aan uitsluitsel te vragen bij een deskundige. En heeft uw schip een meetbrief dan dient daarin ook de maat T te staan.
In Info20M nummer 86 staat een verhelderende illustratie wat onder die T wordt verstaan. Klik hier ... en kijk op pagina 6 van de PDF.
Maar, zullen sommigen van u denken, er staat toch "binnenschepen", terwijl het vorige week expliciet over zeeschepen ging. Klopt helemaal. Onder eigenaren van zeeschepen vanaf 20 meter (of L * B * T >= 100 m3) leefde enige tijd de veronderstelling dat hun schip als zeeschip dan geen CvO behoeft te hebben. Echter in de Binnenvaartwet staat letterlijk: "Het is verboden een schip te gebruiken zonder de vereiste geldige certificaten. (Artikel 7, lid 1) " en ook "schip: zeeschip of binnenschip (Artikel 1, lid 1)" Een zeeschip moet dus ook een certificaat hebben. En daar zit hem nu net het probleem voor zeegaande pleziervaartuigen onder Nederlandse vlag. De Nederlandse overheid kent hiervoor geen certificaat anders dan de certificering die ook voor beroepsmatig gebruikte zeeschepen bestaat en die eisen zijn vele malen zwaarder dan de eisen voor het CvO en voor een (historisch) pleziervaartuig nauwelijks haalbaar. Het zijn eigenlijk alleen superjachten die onder keur gebouwd worden of klassieke schepen die grondig aangepast worden die aan die eisen kunnen voldoen.
Moeten dan straks al die nieuwe en grote jachten in de haven allemaal een CvO hebben? Ja dat moet, maar in plaats van een CvO is ook een ander vergelijkbaar certificaat goed.
Schepen van een recent bouwjaar moeten onder CE Keur gebouwd worden en hebben een aanduiding als CE-A of bijvoorbeeld CE-B. Dit is echter geen certificaat. Dus ook al is uw schip onder CE Keur gebouwd als het minimaal 20 meter is of als L*B*T>=100m3 is moet uw schip een CvO of gelijkwaardig hebben. Het zijn dus beslist niet alleen voormalige beroepsvaartuigen die hiermee te maken hebben. Er liggen genoeg grote motorjachten te koop die certificatieplichtig zijn en waarvan de makelaar dat zeker niet altijd er bij heeft gezet.
En let op; een zeebrief of een meetbrief is geen certificaat. Een zeebrief is te vergelijken met een paspoort, maar dan voor een schip. En een meetbrief (voor binnenschepen) is een document met daarin vastgelegd de afmetingen, laadvolume ed., maar dus geen certificaat vergelijkbaar met het CvO.