Posts tonen met het label cvo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cvo. Alle posts tonen

Regels voor sleepboten deels hersteld

In het Binnenvaartbesluit stond een vervelende fout, waardoor volgens de letter van de wet elk schip dat een ander sleept viel onder definitie van een 'sleepboot'. Dus ook een plezierjacht dat een bijboot sleept was volgens deze bepaling een sleepboot. Met als gevolg dat alle regels voor sleepboten op dat moment ook van toepassing waren op dat slepende schip. Dus groot vaarbewijs en het schip gekeurd en gecertificeerd (CvO). Omdat dit eigenlijk niet de bedoeling was had de minister al besloten niet op dit punt te handhaven.

Vervolgens heeft het even geduurd maar nu is artikel 6C van het Binnenvaartbesluit aangepast. Een sleepboot moet alleen nog een certificaat hebben als deze bedoeld is een ander groot vaartuig (*) te slepen of daarvoor worden gebruikt. Een sleepboot dat als pleziervaartuig gebruikt wordt en dus een klein schip sleept is volgens artikel 6C geen sleepboot en hoeft dus niet aan de certificeringsregels voor een sleepboot te voldoen. Ook een sleepbootje van bijvoorbeeld Scouting dat een aantal zeilvletten sleept en het plezierjacht met een bijboot op sleeptouw is dus geen sleepboot meer. En dus geen CvO. Maar ….

De definitie van sleepboot in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit is niet aangepast. En dus blijft elk schip dat een ander sleept voor de rest van de regels in het Binnenvaartbesluit nog steeds een sleepboot en zijn dus andere bepalingen uit het Binnenvaartbesluit voor sleepboten naar mijn mening nog steeds van toepassing. Met als consequentie dat nog steeds een (beperkt) groot vaarbewijs nodig is voor elk schip dat een ander sleept, tenzij je beschikt over de zogenaamde Verklaring ontheffing sleephaak. Welke ontheffing echter bepaalt dat je niet mag slepen.

Andere media berichten inmiddels dat hiermee ook de noodzaak voor de zogenaamde ontheffing sleephaak komt te vervallen. Dat is dus niet waar en deze ontheffing wordt ook nog steeds in het Binnenvaartbesluit genoemd. Tegelijk blijft dus de oorspronkelijke definitie van sleepboot uit artikel 1 in stand waarmee eigenlijk de hele discussie begon. Mooi dat een sleepboot geen grote vaartuigen sleept geen CvO behoeft, maar naar mijn idee is de minister hier nog niet klaar. Of zie ik hier wellicht toch iets over het hoofd?

Aardige bijkomstigheid is wellicht wel dat historische schepen langer dan 20 meter (of > 100 m3) die geen CvO hebben nu wel weer kunnen varen met een sleep- of duwboot zonder CvO. Mits de schipper dus maar een (beperkt) groot vaarbewijs heeft

(*) Onder groot vaartuig moet u in dit verband schepen of drijvende werktuigen verstaan langer dan 20 meter of een blokmaat (lengte x breedte x diepgang) hebben groter dan 100 m3.

Deadline CvO verlopen, wat nu?

Uiterlijk 30 december 2018 moesten schepen langer dan 20 meter of een blokmaat groter dan 100 m3 over een Certificaat van Onderzoek (CvO) of een vergelijkbaar certificaat beschikken. Aanvragen die op tijd zijn gedaan mogen nog uitlopen, maar wat als de certificering niet op tijd is gestart? Optie is nu om te certificeren als nieuw schip (dus aan alle huidige eisen voldoen); of certificeren als Traditioneel Vaartuig (beschreven in Hoofdstuk 24 van ES-TRIN) als het om een traditioneel vaartuig gaat. Dat laatste biedt mogelijkheden om niet aan alle moderne eisen te hoeven te voldoen. Eén van die onderdelen is een advies waarin wordt bevestigd dat het vaartuig aangemerkt wordt als traditioneel vaartuig. Maar wie kan zo'n advies uitbrengen? De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft daarom de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN) verzocht na te denken over de oprichting van een stichting Adviesorgaan Traditionele Vaartuigen (ATV). Deze stichting kan vervolgens optreden als een “erkend deskundige voor van traditionele vaartuigen”. Lees verder …

Bijltjesdag?

Vorige week donderdag was het 1 november. Een datum die voor eigenaren van schepen langer dan 20 meter van groot belang was. Eind dit jaar moeten schepen langer dan 20 meter of met een blokmaat lengte x breedte x diepgang groter dan 100 m3 namelijk voorzien van het zogenaamde Certificaat van Onderzoek (CvO of CBB). Tot 30 december kunnen bestaande schepen het certificaat namelijk nog krijgen zonder dat aan de eisen voor moderne nieuwbouw schepen voldaan hoeft te worden. Wij schreven daar al eerder over.

Waarom is 1 november dan zo belangrijk? Ongeveer halverwege dit jaar werd duidelijk dat het onmogelijk is om alle schepen en varende werktuigen die het aangaat voor 30 december allemaal gekeurd te krijgen. Er zijn te weinig keurmeesters en omdat een schip voor de keuring ook droog moet en er mogelijk aanpassingen gedaan moeten worden dreigen eigenaren ook in de knel te komen omdat er onvoldoende capaciteit is bij scheepswerven en hellingen. De minister heeft daarom gekozen voor een praktische oplossing. Eigenaren die voor 1 november 2018 certificering hebben aangevraagd krijgen nog langer de tijd om de procedure af te ronden en eventuele aanpassingen te doen. Voor eigenaren die echter niet voor donderdag vorige week certificatie hebben opgestart hebben nu mogelijk wel een probleem. Hun schepen moeten namelijk uiterlijk 30 december een CvO/CBB hebben en lukt dat niet dan moet hun schip aan andere en strengere eisen voldoen.

Vooral vanuit de kring van eigenaren van historische schepen klinkt nu door dat voor schepen die straks geen CvO hebben de sloop dreigt. Aan de andere kant het is al lange tijd bekend dat deze schepen eind dit jaar een certificaat moeten hebben. En nergens in de regels staat dat een niet gecertificeerd schip gesloopt moet worden. Een schip zonder certificaat mag straks alleen niet meer zelfstandig varen. Voor een schip dat als bijvoorbeeld woonschip gebruikt wordt hoeft dat geen probleem te zijn. Certificatie onder de nieuwe regels is voor veel schepen haalbaar, maar kan het historische karakter aantasten en zal ook extra kosten met zich meebrengen.
Eén ding is wel zeker; schepen waarvoor nu geen certificatietraject is opgestart, zijn ineens veel minder waard geworden. Als dat bij de betreffende eigenaren ook is doorgedrongen dan kan dat misschien zelfs wel de redding betekenen als deze gekocht worden door mensen die wel bereid zijn in de aanpassingen te investeren. Er liggen namelijk nog steeds veel historische schepen verwaarloosd in kanalen en sloten te wachten op betere tijden.

Minister wil zeeschepen van ideële organisaties aanpakken

'Ineens was ie er'; de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer. Hierin kondigt zij - deels per direct - een wijziging aan in de registratie en certificering van zeeschepen van organisaties met ideële doelstellingen. De minister gaat veiligheidseisen en eisen ten aanzien van de bemanning stellen aan zeeschepen van organisaties met ideële doelstellingen. Deze eisen gaan ook gelden voor vergelijkbare zeeschepen die als pleziervaartuig zijn geregistreerd.
Als regels zonder voorgaand overleg plotsklaps worden ingevoerd moet er iets aan de hand zijn. Maar wat is niet helemaal duidelijk.
Feit is dat er verschillende organisaties met een ideële doelstelling een (oud) zeeschip gebruiken om hun doelstelling te bereiken. Denk bijvoorbeeld aan Greenpeace, Sea Shepherd, de 'abortusboot'
van Women on Waves, maar ook aan diverse Zeekadetkorpsen en Scoutinggroepen. Feit is ook dat de internationale regels (SOLAS) en daarmee ook de Nederlandse regels dergelijke schepen niet goed in een definitie kunnen 'vangen'. Met als resultaat dat ze formeel gezien vaak worden als pleziervaartuig. Consequentie van registratie als pleziervaartuig is dat aan deze schepen nauwelijks eisen ten aanzien van constructie, uitrusting en bemanning zijn te stellen. Een onwenselijke situatie vindt de minister.

Maar klopt dat wel? Op volle zee heeft de minister gelijk, maar een schip blijft nooit oneindig op volle zee. Op de Nederlandse binnenwateren moeten ook zeeschepen langer dan 20 meter voldoen aan de regels uit de Binnenvaartwet. Dat geldt voor elk zeeschip en zij moeten dat kunnen aantonen met een geldig certificaat. Omdat er geen specifiek certificaat bestaat voor zeegaande pleziervaartuigen (> 20 meter) heeft de Inspectie ILenT nog vorig jaar bepaald dat ook deze schepen vanaf eind 2018 een Certificaat van Onderzoek (CvO) of vergelijkbaar certificaat moeten hebben en de schipper moest altijd al het juiste vaarbewijs hebben.
Deze certificatieplicht komt voort uit Europese afspraken die in veel landen om ons heen al eerder zijn ingevoerd. Schepen die deze wateren onder Nederlandse vlag bevaren vallen daar dus wel degelijk onder eisen ten aanzien van constructie en veiligheid. Hetgeen ze alleen kunnen aantonen met de juiste papieren en dus door een geldig certificaat te tonen. Op volle zee gelden deze regels niet, maar in diverse landen gelden deze binnenvaartregels echter wel degelijk ook in bepaalde aangewezen kustwateren, zoals de Solent in Engeland.

Dus op volle zee valt een zeegaand pleziervaartuig inderdaad alleen onder de SOLAS regels, maar zodra ergens kustwateren worden aangelopen is de kans groot dat men daarbij ook aan de eisen voor het CvO moet voldoen. In veel van die landen moet de schipper ook al een vaarbewijs (ICC) hebben. Vaak ook in de kustwateren (ICC Coastal Waters). Naar mijn mening stelt de Nederlandse overheid ook nu al eisen aan zeegaande pleziervaartuigen onder Nederlandse vlag.

Ook bestrijdt ik het beeld dat al die zeegaande pleziervaartuigen van ideële organisatie maar aan geen enkele eis voldoen. Op de schepen van bijvoorbeeld Greenpeace en Sea Shepherd varen vrijwilligers met officiële diploma's. Hun schepen zijn soms zelfs nieuw gebouwd en voldoen aan de meest strenge eisen. Zeekadetkorpsen, enkele Scoutingroepen en bijvoorbeeld behoudsorganisaties hebben veel geïnvesteerd om aan de eisen voor het CvO te voldoen. Maar bijvoorbeeld ook de schepen van de KNRM of de Eendracht zijn eigendom van een ideële organisatie. Ik denk dat niemand zal betwisten dat deze schepen niet veilig zouden zijn. Op al die schepen varen ook altijd mensen mee die de juist vaarbevoegdheden hebben. Er zullen uiteraard vast wel zeegaande plezierschepen rond varen die niet aan alle eisen voldoen, maar dat lijkt mij eerder zaak van handhaving dan een gebrek aan regels.

Naar mijn mening is er dus eigenlijk geen probleem en al helemaal niet een groot probleem dat dringende maatregels vraagt. De minister komt toch met extra regels en als niet aan die regels wordt voldaan kan zij de zeebrief (bewijs van registratie) intrekken en wordt het schip feitelijk stateloos. Ongeveer alsof een paspoort van iemand wordt ingetrokken als je de school niet hebt afgemaakt. De aankondiging van de minister leidt dan ook bij de organisaties die deze schepen bezitten tot onrust. Wat worden deze eisen? Kan een varend monument wel aan die eisen voldoen. Gelden die eisen nu straks wel of niet voor ons? Hoe moet een organisatie die draait op vrijwilligers voldoen aan bemanningseisen en wat worden die dan? En hoe dat allemaal te betalen? En wat betekent dit voor de investeringen die in het behalen van het CvO zijn gedaan?

Tegelijk gaat het gerucht dat de regering vooral in de maag zit met schepen van internationale organisaties die soms op het scherpst van de snede opereren. Zoals Women on waves (abortusboot), genoemde milieu- en natuuractivisten en bijvoorbeeld diverse organisaties die met schepen op de Middellandse zee vluchtelingen oppikken. Het gaat daarbij zonder uitzondering om internationale organisaties die zonder probleem een schip omvlaggen als dat zo uitkomt en ondertussen zitten de Nederlandse organisaties die een varend monument voor het nageslacht willen bewaren of die jongeren helpen opleiden voor een varend beroep straks met de gebakken peren.

Kortom in mijn ogen is onduidelijk welk probleem de minister met dit daadkrachtig optreden wil oplossen en of de gekozen route wel de meest effectieve is. Wij hebben de minister om een toelichting gevraagd met een groot aantal inhoudelijke vragen. Eveneens hebben wij enkele ideële organisaties om hun mening gevraagd. Zodra wij antwoord hebben leest u dat ook in de Vaarwijzer Nieuwsbrief.

Mis de boot niet

Schepen langer dan 20 meter of met een blokmaat (l x b x d) van meer dan 100 m3, die varen op de Nederlandse binnenwateren én alle drijvende werktuigen moeten eind dit jaar voorzien zijn van een geldig certificaat. Er zijn nog veel schepen die niet gecertificeerd zijn en er zijn zelfs schepen waarvan de eigenaren geen actie hebben ondernomen. Zij dreigen de boot te missen en hun schip mag dan straks niet meer zelfstandig varen of moet voldoen aan de eisen die ook voor nieuwbouw gelden. Maar ook eigenaren die al wel in actie zijn gekomen ondervinden problemen. Veel scheepswerven zijn vol bezet en ook de deskundigen die de keuring doen hebben nauwelijks nog een gaatje in de agenda.

Veel schepen dreigen daardoor in de problemen te komen. En het gaat dan vaak om varend erfgoed en soms om schepen waarvan de restauratie nog in volle gang is. Om al die eigenaren, werven en deskundigen te helpen heeft de Inspectie ILenT besloten tot een bijzondere aanpassing van de regels. Schepen die voor 2009 al in de vaart waren hebben tot uiterlijk 1 november 2018 de tijd om het CvO of CBB aan te vragen. Als zij dan niet op tijd voor 30.12.2018 gecertificeerd zijn, mogen zij daar langer over doen.

Tegelijk past de inspectie ook de regels rondom het verlengen van een certificaat iets aan. Een certificaat moet verlengd worden voor het huidige certificaat verlopen is. In dat geval mogen uitzonderingsvoorwaarden worden meegenomen in het nieuwe certificaat. Voor elke certificering moet een schip droog. Dat moest in de drie maanden voor het aflopen van het geldende certificaat, maar mag nu binnen de 12 maanden daarvoor. Daardoor is een werfbeurt en keuring beter te plannen.

Informatie bijeenkomst CvO/CBB

De belangstelling voor de CvO-voorlichtingsbijeenkomsten blijft onverminderd groot. Tijdens de laatste info-bijeenkomt in Vreeswijk waren weer veel belangstellenden. De LVBHB organiseert daarom op 24 mei om 19.30 uur weer een bijeenkomst, aan boord van de Terra Nova, nu in Tilburg. Ook niet-leden zijn welkom. Meer op de website ...

Mogelijk verlenging deadline CvO

De Inspectie ILenT is onder andere verantwoordelijk voor het toezicht op de scheepvaart en ook de pleziervaart. De inspectie constateert nu dat de deadline van 30 december 2018 waarvoor alle pleziervaartuigen langer dan 20 meter of met een blokmaat ( lengte x breedte x diegang) groter dan 100 m3 een Certificaat van Onderzoek (CvO) moeten hebben voor veel schepen mogelijk toch een probleem wordt. De reden is dat er naast de grote pleziervaartuigen en historische schepen ook veel andere bedrijfsmatig gebruikte vaartuigen en drijvende werktuigen voor het einde van het jaar gekeurd en gecertificeerd moeten zijn. Dat zet veel druk op het beperkte aantal bedrijven en personen die mogen keuren en certificeren. En ook zorgt dit voor extra drukte bij werven om schepen droog te zetten en eventueel noodzakelijke aanpassingen te doen. De inspectie zal daarom aan de minister voorstellen dat schepen die uiterlijk voor 1 november 2018 aanstaande een aanvraag voor het certificaat doen bij de inspectie een verklaring kunnen krijgen dat zij bezig zijn met de certificatie en daarmee dan uitstel kunnen krijgen voor de deadline van 30 december 2018. Dat betekent dat schepen waarvan het traject om het CvO te behalen al is ingezet, maar die door omstandigheden dat nog niet hebben afgerond, uitstel krijgen en ook na de deadline nog gecertificeerd mogen worden onder de huidige soepelere eisen. Zij mogen in die periode dan ook doorvaren zonder certificaat. Hoe lang deze periode zal duren is nog onduidelijk.

Let wel, dit is een voorstel. Onzeker is of de minister accoord gaat en of Brussel nog een stok in het wiel kan steken. De verplichting voor het CvO komt immers voort uit Europese afspraken en regels die in andere landen al wel ingevoerd zijn. Ook is deze regeling bedoeld voor schepen en eigenaren die in de problemen komen door een gebrek aan keurders en capaciteit bij de werven. Het is dus geen vrijbrief om vast een aanvraag te doen en vervolgens maar niets te doen. Zodra meer bekend is leest u daarover in de Vaarwijzer Nieuwsbrief.

Certificaat van Onderzoek

Zoals u ongetwijfeld weet moeten alle schepen langer dan 20 meter of schepen waarvan lengte x breedte x diepgang groter is dan 100 m3 (minus uitsteeksels als kiel, roer, ed.)< uiterlijk op 30 december 2018 gecertificeerd zijn. Eerder schreven wij daar al over en ook andere watersportmedia die besteed er aandacht aan. Deze regel geldt voor alle vaartuigen die op de Nederlandse binnenwateren willen varen en dus ook voor historische en pleziervaartuigen.

Wat zijn de consequenties als een dergelijk schip straks geen CvO of CBB heeft? Om te beginnen mag dit schip dan niet meer zelfstandig varen. Gesleept of geduwd worden mag nog wel. Na de genoemde datum is het nog steeds mogelijk om een certificaat te behalen, alleen geldt er dan geen overgangsregeling meer en moet ook een bestaand schip voldoen aan de regels die voor nieuwbouw gelden. Voor oudere schepen is dat soms onmogelijk of alleen tegen heel erg hoge kosten. Ook loopt u het risico dat u uw ligplaats kwijtraakt. Sommige gemeenten eisen dat een schip varend moet zijn om bijvoorbeeld in een historische haven te mogen liggen. Zeker als er ook aan boord gewoond wordt. Ook wordt een schip dat niet zelf kan varen in sommige gevallen volgens de wet niet meer gezien als schip, maar als bouwwerk en moet u en omgevingsvergunning hebben om op een bepaalde plek te blijven liggen. Een niet-zelfvarend schip wordt dan als woonboot aangemerkt met dus alle juridische gevolgen.

Bent u dus eigenaar van een schip dat onder de certificaatplicht valt, zorg dan dat u op tijd het CvO/CBB heeft. Dit is nog meer van belang als u overweegt een dergelijk schip te kopen. Ook uw nieuwe bezit moet straks voor de deadline een certificaat hebben. Wij zien steeds meer schepen die een verplicht certificaat moeten hebben aangeboden worden. Vaak speelt dan mee dat de huidige eigenaar geen zin of geld heeft om het schip aan de eisen te laten voldoen. Prijzen voor deze schepen dalen en zullen vast nog wel verder zakken, maar het risico dat u niet meer op tijd een certificaat heeft neemt navenant toe.

Beter toezicht op keuringsinstanties

Waar de ene minister zwaar in de problemen komt door de vernietigende conclusies uit een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) komt de andere er kennelijk mee weg.

Op het zeilschip Amicitia brak het bovenste deel van de mast, waarbij drie mensen om het leven kwamen. In het onderzoeksrapport van de OVV staan enkele schrikbarende conclusies. Onder andere dat het toezicht op de sector en keurende instanties door de Inspectie Leefomgeving en Transport tekort schoot. Wij berichten daar al eerder over. Verantwoordelijk minister Schultz van Haegen schrijft naar aanleiding van Kamervragen van Harry van der Molen en Martijn van Helvert dat zij vindt dat het toezicht op de keuringsinstanties beter moet. Ze stelt voorop dat keuring en toezicht nooit elk risico op ongelukken kan uitsluiten. En zij schrijft dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), die zeilschepen moet controleren, prioriteit geeft aan de risicovolste categorieën. Voor het ongeluk met de Amicitia hoorde de bruine vloot daar niet bij. De minister laat verder weten het rapport, de conclusies en aanbevelingen verder te bestuderen.

Voorlichtingsbijeenkomst CvO/CBB

In vervolg op de CvO/CBB-folderactie “Blijven varen” en een eerdere bijeenkomst op 18 mei van dit jaar organiseert de LVBHB weer een voorlichtingsbijeenkomst over het Certificaat van Onderzoek (CvO/CBB). Alle schepen (dus ook pleziervaartuigen) langer dan 20 meter of waarvan het product van de lengte, breedte en diepgang van de romp 100 m3 of meer is moeten na 30 december 2018 aan de richtlijnen van het CvO/CBB voldoen.

De voorlichtingsbijeenkomst wordt gehouden op woensdag 11 oktober op het schip de Primula aan het Jollenpad 20 in Amsterdam en begint om 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur. De toegang is ook gratis en ook niet-leden van de LVBHB zijn van harte uitgenodigd. U kunt zich aanmelden bij penningmeester@lvbhb.nl

Bruine vloot (on)veilig?

De bruine vloot is de naam die veel gebruikt wordt voor de vloot aan klassieke en historische schepen die in Nederland en soms ver daar buiten rondvaart met betalende gasten. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) deed onderzoek naar de veiligheid aan boord van de schepen van de bruine vloot naar aanleiding van de breuk van de mast van aan charterzeilschip waarbij drie mensen zijn omgekomen. De conclusies zijn hard.
"Om de veiligheid van passagiers te waarborgen, moet de bruinevlootsector van historische schepen professionaliseren. Bij de commerciële groei van de afgelopen decennia is een achterstand opgebouwd in kennis en kunde over veilig onderhoud van deze bijzondere schepen. Ook de certificering en het toezicht op de bruine vloot is onvoldoende: keuringsinstanties houden zich niet aan de wettelijke voorschriften en toezicht vanuit de Inspectie Leefomgeving en Transport ontbreekt."

De laatste jaren is er een hele sector ontstaan rondom de keuringen en certificering van schepen en jachten. De overheid laat deze taak bewust aan de markt over. Bezuinigen en marktwerking zijn nog steeds de uitgangspunten. Het onderzoek van de OVV moet gezien worden als de spreekwoordelijke steen in de vijver.

Is de bruine vloot daarmee onveilig zoals veel media nu berichten? Natuurlijk niet. Op al die schepen werken veel deskundige en betrokken bemanningen. Terecht wijst de OVV op ruimte voor verbetering op vele fronten. Aan boord, bij de keuringen, bij het onderhoud, in de regelgeving en bij de handhaving daarvan. Al die grote en kleine historische vaartuigen verdienen het om in de vaart te blijven. Vaak is commerciële exploitatie de enige mogelijkheid om deze schepen in stand te houden. Dat vraagt om heldere regels die rekening houden met het specifieke karakter van al die schepen. En moet er veel aandacht zijn voor het leren en overdragen van de vaardigheden die daar voor nodig zijn.

Het onderzoeksrapport, met als ondertitel ‘Mast in zicht, maar niet in beeld' is te vinden op de OVV-website en samengevat in een video van vijf minuten.

Lees ook het inhoudelijke stuk op Schuttevaer en de reactie van de branche-organisatie BBZ; klik hier ...

Kleine sleepboten en de CvO plicht

Door de voorgenomen implementering van de nieuwe Europese richtlijn EU-richtlijn 2016/1629/EU lijkt de verplichte certificering voor kleine sleepboten binnenkort van de baan. De Nederlandse Binnenvaartwet is hierin strenger dan de komende Europese regelgeving. Weekblad Schuttevaer meldt dat het ministerie van I&M van plan is om van de certificaatplicht voor kleine sleepboten af te zien. Lees verder in de Scheepspost ...

Skûtsjes moeten toch aan de AIS

Zeilboten die langer zijn dan 20 meter worden niet vrijgesteld van de verplichting om zich te certificeren (CvO of CBB) en een Automatisch Identificatie Systeem (AIS) te installeren. Dat schrijft minister Schultz van Haegen in een brief aan het IFKS-bestuur. Het bestuur had de minister gevraagd om een ontheffing voor de wedstrijd skûtsjes waarvan er een aantal net een paar centimeter langer blijken te zijn dan 20 meter. Lees hier verder ...

Er zijn overigens al eigenaren die hun skûtsje al hebben ingekort tot net onder de 20 meter. Of dat voordeliger is, is niet bekend gemaakt. En vreemd genoeg wordt deze week tegelijk bekend gemaakt dat het skûtsjesilen straks in 3D te volgen zal zijn via een zelf ontwikkeld systeem. Zou dat systeem met de techniek van AIS werken? Klik hier ...
Zaterdag 5 augustus gaat het SKS skûtsjesilen van start

CVO voor zeeschepen en skûtsjes

De IFKS klasse organisatie van de Skûtsjes bekend van het Skûtsjesilen heeft een brandbrief geschreven aan de minister. De meeste wedstrijd Skûtsjes zijn net iets langer dan 20 meter en vallen daardoor onder de regels voor het Certificaat van Onderzoek (CvO) en de recent ingevoerde verplichting om een AIS Transponder te gebruiken. Zij verzoeken de minister nu om vrijstelling. Terecht dat een organisatie als het IFKS opkomt voor de belangen van haar leden, maar ik hoop wel dat de minister zo sportief is om dan te komen met een vrijstellingsregeling die ook open staat voor anderen. Bijvoorbeeld voor al die schepen van Scouting en de Zeekadetten die immers de jeugd in aanraking brengen met het water en stimuleren te kiezen voor een varend beroep. Of misschien een subsidie dat organisaties die een goed doel nastreven in ieder geval de kosten voor certificering terug kunnen krijgen.

Eerder schreven wij in deze nieuwsbrief dat ook eigenaren van zeegaande pleziervaartuigen en daaronder vallen ook veel historische schepen die nu niet meer professioneel worden gebruikt ook aan een CvO moeten. Veel van die voormalige zeeschepen varen wisselend op zee en op het binnenwater. In de Nederlandse binnenvaartregels staat dat elk schip langer dan 20 meter (of lengte x breedte x diepgang > 100 m3) een certificaat moet hebben. Voor zeegaande pleziervaartuigen bestaat er echter in Nederland geen certificaat of men moet zich onder Klasse (bijv. Lloyds) laten certificeren. Dat laatste is voor vooral oudere vaartuigen niet haalbaar. Hierdoor ontstond er discussie en dat is nooit goed als het om certificering gaat. Een certificaat dient immers alle discussie weg te nemen.

Zo waren er mensen die van mening waren dat een zeeschip op het binnenwater geen certificaat moet hebben. Niet juist; in de wet staat "elk schip". Zo waren en zijn er nog steeds mensen die zeggen dat als een zeeschip een zeebrief heeft dit geldt als en certificaat en er dus geen CvO nodig is. Niet juist. Een zeebrief is een soort van paspoort en een bewijs van de nationaliteit van het schip. Elk schip met een zeebrief moet ook een meetbrief hebben. Echter een meetbrief zegt alleen iets over de afmetingen van een schip en dus niets over het voldoen aan bepaalde (technische) eisen. Om een meetbrief te krijgen moet een zeeschip ingeschreven zijn in het Kadaster als zeeschip. Maar ook dat zegt niets over eisen, maar alleen iets over het eigendom.
Dat er verwarring was is op zich niet vreemd, want zelfs de deskundigen verschilden van mening. Eén van hen, Robin Hoekstra van BSC was het met mij eens dat dit onwenselijk is en heeft daarom ILenT (scheepvaartinspectie) om een duidelijk standpunt gevraagd. Daarbij is men niet over één nacht ijs gegaan en zijn de regels en beleidsdoelstellingen ook juridisch getoetst en afgestemd. ILenT komt nu gelukkig met een duidelijke uitspraak: "Zeeschepen die op de binnenwateren varen en geen certificaat hebben moeten een CvO hebben. Een zeebrief, meetbrief of bijvoorbeeld een CE-Markering gelden niet als een certificaat. Bestaande zeeschepen kunnen nog tot eind 2018 onder de overgangsregeling een CvO aanvragen." Alle deskundigen die keuringen ed. doen zijn inmiddels geïnformeerd en ILenT zal hierover ook nog nadere communicatie verspreiden.

Voorlichtingsbijeenkomst Certificaat van Onderzoek

De LVBHB organiseert op 18 mei 2017 weer een voorlichtingsbijeenkomst over het Certificaat van Onderzoek (CvO). Alle schepen (dus ook pleziervaartuigen) langer dan 20 meter of waarvan het product van de lengte, breedte en diepgang van de romp 100 m3 of meer is moeten na 30 december 2018 aan de richtlijnen van het CvO voldoen.
Deze voorlichtingsbijeenkomst wordt gehouden op de Terra Nova aan de Maasstraat te Dordrecht en begint om 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur. De toegang is gratis en ook niet-leden van de LVBHB zijn van harte uitgenodigd. U kunt zich aanmelden bij penningmeester@lvbhb.nl

Certificaat van Onderzoek

Vorige week schreef ik over het Certificaat van Onderzoek (CvO) dat straks verplicht is voor alle schepen vanaf 20 meter. Hiermee was ik bewust iets te kort door de bocht. De regels zelf zijn namelijk al complext genoeg. Straks moet elk schip op de Nederlandse en andere Europese binnenwateren van tenminste 20 meter voorzien zijn van een certificaat. Echter in de regels staat ook dat dit geldt voor schepen waarvan de uitkomst van de formule Lengte * Breedte * Diepgang groter dan of gelijk is aan 100 m3. Waarbij onder diepgang niet wordt verstaan wat wij normaal onder diepgang verstaan. Maar diepgang is de verticale afstand van het laagste punt van de scheepsromp aan de onderkant van de bodembeplating of van de kiel tot het vlak van de grootste inzinking van de scheepsromp in meters. U begrijpt waarom ik dit heb weggelaten.

Consequentie van deze bepaling is wel dat ook schepen korter dan 20 meter toch met de verplichte certificatie te maken krijgen als zij maar breed genoeg zijn en/of diep genoeg steken.
Lees verder op de website ...

CvO voor zeegaande schepen

En dat er nog veel onduidelijk is blijkt wel uit een mailwisseling die ik deze week onder ogen kreeg. Een eigenaar van een voormalige reddingsboot moet kennelijk vanwege de afmetingen van schip straks een CvO hebben. In de wet staat echter dat reddingsboten van het CvO uitgezonderd zijn. Helaas gaat dat niet op, want een voormalige reddingsboot is niet meer als dusdanig in dienstt en er wordt gekeken naar het huidige gebruik als pleziervaartuig.
Vervolgens klampt de eigenaar zich vast aan het feit dat ook zeeschepen uitgezonderd zijn van het CvO. Zoals ik een vorige keer al schreef is dat juist, maar staat ook in de wet dat elk schip een certificaat moet hebben, dus ook een zeeschip. Als een zeeschip geen CvO heeft, dan moet het dus een alternatief certificaat (als zeeschip) hebben. Waarop de eigenaar stelt dat zijn schip te boek is gesteld bij het Kadaster als zeeschip (Z inschrijving) en destijds een Zeebrief heeft gekregen. De Zeebrief zou gelden als het alternatieve certificaat. Tot mijn verbazing claimt deze eigenaar dat hij zijn stelling heeft voorgelegd aan een certificeerder en dat deze dit heeft bevestigd. Ik heb deze bevestiging niet gezien en ben bang dat deze ook niet bestaat, want een Zeebrief is geen vervangend certificaat voor het CvO.
Lees verder op de website ....

Duitse richtlijnen voor Traditionsschiffen opgeschort

De omstreden nieuwe richtlijn voor de veiligheid op Traditionsschiffen (klassieke schepen) is volgens SPD Bundestag vertegenwoordiger Frank Junge voorlopig opgeschort. Ook na overleg en aanpassingen zijn er nog teveel kritiekpunten. Lees verder ...

Misschien een suggestie voor Nederland om de CvO regels waarover nog best veel onduidelijkheid bestaat ook hier op te schorten?

CvO voor zeegaande schepen

En dat er nog veel onduidelijk is blijkt wel uit een mailwisseling die ik deze week onder ogen kreeg. Een eigenaar van een voormalige reddingsboot moet kennelijk vanwege de afmetingen van schip straks een CvO hebben. In de wet staat echter dat reddingsboten van het CvO uitgezonderd zijn. Helaas gaat dat niet op, want een voormalige reddingsboot is niet meer als dusdanig in dienstt en er wordt gekeken naar het huidige gebruik als pleziervaartuig.
Vervolgens klampt de eigenaar zich vast aan het feit dat ook zeeschepen uitgezonderd zijn van het CvO. Zoals ik een vorige keer al schreef is dat juist, maar staat ook in de wet dat elk schip een certificaat moet hebben, dus ook een zeeschip. Als een zeeschip geen CvO heeft, dan moet het dus een alternatief certificaat (als zeeschip) hebben. Waarop de eigenaar stelt dat zijn schip te boek is gesteld bij het Kadaster als zeeschip (Z inschrijving) en destijds een Zeebrief heeft gekregen. De Zeebrief zou gelden als het alternatieve certificaat. Tot mijn verbazing claimt deze eigenaar dat hij zijn stelling heeft voorgelegd aan een certificeerder en dat deze dit heeft bevestigd. Ik heb deze bevestiging niet gezien en ben bang dat deze ook niet bestaat, want een Zeebrief is geen vervangend certificaat voor het CvO.

Graag zou ik deze verklaring wel zien en ik zou het ook fijn vinden als deze eigenaar gelijk zou hebben, want veel pleziervaartuigen kunnen als zeeschip aangemerkt worden en ook zo in het Kadaster ingeschreven worden. Meting, zeebrief en je bent voor altijd klaar, want zolang er geen grote wijzigingen aan het schip plaatsvinden blijft een zeebrief geldig, terwijl het CvO ook nog eens om de zo veel jaren vernieuwd moet worden. Maar helaas deze vlieger gaat volgens mij toch echt niet vliegen ...

Een zeebrief is een nationaliteitsbewijs, zeg maar een paspoort voor een zeeschip. De zeegaande beroepsvaart moeten verplicht een zeebrief hebben en vrijwillig te boek gestelde schepen kunnen ook een zeebrief aanvragen. Dus ook pleziervaartuigen. Voor een zeebrief is een meting van het schip nodig. Deze meting heeft als doel de afmetingen en vooral het 'laadvermogen' van een schip vast te stellen volgens vastgestelde meetnormen. Schepen kleiner dan 24 meter worden door het Kadaster gemeten, grotere schepen mogen door een zogenaamd Klassebureau gemeten worden. Een meting is echter geen keuring dat een schip aan bepaalde technische en constructieve eisen voldoet. Het is een meting van de feitelijke afmetingen ed. van een schip en zegt dus nies over het voldoen aan eisen. Klassebureau's kunnen een schip ook toetsen aan eisen en zijn dus partij bij de certificering van een schip, maar dat is een heel ander traject als de scheepsmeting. De meting wordt vastgelegd in de zogenaamde Meetbrief. Een meetbrief is dus nodig om een Zeebrief te krijgen.
De meting zegt dus niets over het wel of niet voldoen aan de technische en constructieve eisen en noch de Meetbrief noch de Zeebrief is een certificaat als bedoeld in de binnenvaartwet.

In het Engels heet een Zeebrief Certificate of registry en ook op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport (vroegere Scheepvaartinspectie) wordt het een enkele keer een certificaat genoemd. Certificaat in de zin van een officieel document waarin de afmetingen en de nationaliteit van een schip genoemd worden, maar dus niet een certificaat als bewijs dat een schip voldoet een bepaalde technische en constructieve eisen.

Ik heb al eerder geschreven dat ik de regels voor het CvO voor de pleziervaart te complex vind en er eigenlijk sprake is van overkill aan regels voor een heel specifieke doelgroep. Door de complexiteit, deels papieren rompslomp en kennelijke ruimte die de regels laten voor onduidelijkheid en discussie zou de Nederlandse overheid er goed aan doen de regels voor het CvO op te schorten, zoals recent de Duitse overheid eigenlijk ook heeft gedaan.

De certificering van klassieke schepen en grotere pleziervaartuigen staat ter discussie en dat is niet goed. Immers een certificaat dient er voor om juist discussie te voorkomen en geeft de eigenaar of de schipper de mogelijkheid om overal aan te kunnen tonen dat zijn of haar schip aan bepaalde (internationale) standaarden voldoet. Het is van de zotte dat er schippers zij die serieus overwegen hun schip dan maar te verkopen, een stukje in te korten of door een hermeting aan te vragen proberen onder de grenzen te komen. De doelgroep pleziervaartuigen van minimaal 20 meter of waarvan de berekening lengte * breedte * diepgang >= 100m3 is, is een kleine groep. En betreft voor een deel ook nog historische vaartuigen die al met veel moeite en kosten in de vaart zijn te houden. Bemanningen van deze schepen moeten allemaal al minimaal een klein vaarbewijs hebben en de schepen langer dan 25 meter zelfs minimaal een groot pleziervaartbewijs. En nu moeten ze ook aan allerlei technische eisen voldoen en een verplichte certificering ondergaan. De daarvoor benodigde keuringen kosten veel geld en eventueel vereiste aanpassingen mogelijk nog meer.
Ik heb niet de illusie dat het met al deze regels meteen veiliger wordt op het water. Immers kleinere schepen hoeven niet gekeurd te worden en niet alle schippers van die schepen hoeven een vaarbewijs te hebben. Ongelukken op het water komen helaas voor en zijn soms te wijten aan de technische staat van een schip, maar het is ronduit vreemd dat dan slechts een vrij kleine groep aan strenge eisen moet voldoen en een grote groep niet.

En schieten we iets op met al die regels? Ik denk het niet echt. Ook nieuwe schepen moeten aan allerlei regels voldoen met voor pleziervaartuigen het CE Keurmerk. En dan blijkt dat dit ook deels een papierentijger is. Complex en geen enkele zekerheid of het aan de regels voldoen ook voldoende veiligheid biedt. Tel daar bij op dat de overheid zich steeds verder terugtrekt op steekproefsgewijs controleert of slechts toezicht op afstand houdt op de marktpartijen die de controles en certificering doen. Waardoor ook bij de overheid op enig moment er nauwelijks nog kennis aanwezig is van de inhoud en het gaat om management rapportages en procedures. Kennen we dat beeld ook al niet in de gezondheidszorg?

Begrijpt u mij niet verkeerd. Ik ben helemaal voor een meer praktische en minder bureaucratische aanpak van alle vaartuigen. Natuurlijk moet een schip blijven drijven, bestuurbaar zijn, moeten er veiligheidsmiddelen aan boord zijn, moet de gasinstallatie veilig zijn en de motoraandrijving naar behoren en niet vervuilend werken en ook moet de schipper weten wat hij/zij doet. Het huidige systeem van regels is echter complex, niet stimulerend en momenteel helaas voor bepaalde groepen ook discriminerend.

Certificaat van Onderzoek

Vorige week schreef ik over het Certificaat van Onderzoek (CvO) dat straks verplicht is voor alle schepen vanaf 20 meter. Hiermee was ik bewust iets te kort door de bocht. De regels zelf zijn namelijk al complext genoeg. Straks moet elk schip op de Nederlandse en andere Europese binnenwateren van tenminste 20 meter voorzien zijn van een certificaat. Echter in de regels staat ook dat dit geldt voor schepen waarvan de uitkomst van de formule Lengte * Breedte * Diepgang groter dan of gelijk is aan 100 m3. Waarbij onder diepgang niet wordt verstaan wat wij normaal onder diepgang verstaan. Maar diepgang is de verticale afstand van het laagste punt van de scheepsromp aan de onderkant van de bodembeplating of van de kiel tot het vlak van de grootste inzinking van de scheepsromp in meters. U begrijpt waarom ik dit heb weggelaten.

Consequentie van deze bepaling is wel dat ook schepen korter dan 20 meter toch met de verplichte certificatie te maken krijgen als zij maar breed genoeg zijn en/of diep genoeg steken.

Veel lezers wezen ons daar op. Terecht. In de regels staat ook nog een opsomming van schepen die ongeacht hun maat ook een certificaat moeten hebben, zoals passagierschepen.
De formule van L * B * T >= 100 m3 geldt ook voor pleziervaartuigen. Een "scheepje" van 14,95 meter (geen klein vaarbewijs verplicht !) bij 4 meter en een diepgang 1,75 moet daardoor dus mogelijk ook al een certificaat hebben. Mogelijk, want het gaat hier om de diepgang volgens die speciale definitie en is dus mede afhankelijk van het ontwerp van de romp. Een buiten de romp diepstekende kiel telt hierdoor niet mee. Heeft u dus een schip dat mogelijk aan deze maat komt dan doet u er verstandig aan uitsluitsel te vragen bij een deskundige. En heeft uw schip een meetbrief dan dient daarin ook de maat T te staan.

In Info20M nummer 86 staat een verhelderende illustratie wat onder die T wordt verstaan. Klik hier ... en kijk op pagina 6 van de PDF.

Maar, zullen sommigen van u denken, er staat toch "binnenschepen", terwijl het vorige week expliciet over zeeschepen ging. Klopt helemaal. Onder eigenaren van zeeschepen vanaf 20 meter (of L * B * T >= 100 m3) leefde enige tijd de veronderstelling dat hun schip als zeeschip dan geen CvO behoeft te hebben. Echter in de Binnenvaartwet staat letterlijk: "Het is verboden een schip te gebruiken zonder de vereiste geldige certificaten. (Artikel 7, lid 1) " en ook "schip: zeeschip of binnenschip (Artikel 1, lid 1)" Een zeeschip moet dus ook een certificaat hebben. En daar zit hem nu net het probleem voor zeegaande pleziervaartuigen onder Nederlandse vlag. De Nederlandse overheid kent hiervoor geen certificaat anders dan de certificering die ook voor beroepsmatig gebruikte zeeschepen bestaat en die eisen zijn vele malen zwaarder dan de eisen voor het CvO en voor een (historisch) pleziervaartuig nauwelijks haalbaar. Het zijn eigenlijk alleen superjachten die onder keur gebouwd worden of klassieke schepen die grondig aangepast worden die aan die eisen kunnen voldoen.

Moeten dan straks al die nieuwe en grote jachten in de haven allemaal een CvO hebben? Ja dat moet, maar in plaats van een CvO is ook een ander vergelijkbaar certificaat goed.
Schepen van een recent bouwjaar moeten onder CE Keur gebouwd worden en hebben een aanduiding als CE-A of bijvoorbeeld CE-B. Dit is echter geen certificaat. Dus ook al is uw schip onder CE Keur gebouwd als het minimaal 20 meter is of als L*B*T>=100m3 is moet uw schip een CvO of gelijkwaardig hebben. Het zijn dus beslist niet alleen voormalige beroepsvaartuigen die hiermee te maken hebben. Er liggen genoeg grote motorjachten te koop die certificatieplichtig zijn en waarvan de makelaar dat zeker niet altijd er bij heeft gezet.

En let op; een zeebrief of een meetbrief is geen certificaat. Een zeebrief is te vergelijken met een paspoort, maar dan voor een schip. En een meetbrief (voor binnenschepen) is een document met daarin vastgelegd de afmetingen, laadvolume ed., maar dus geen certificaat vergelijkbaar met het CvO.


aanbiedingen activiteiten adn adnr Adriatische zee afval agentschap telecom ais almanak ankeren anwb app's apparatuur Atlantische oceaan automatic identification system autonoom varen avontuur baz bedieningstijden beginners belangenbehartiging belastingen Belgie bemanning beperkt groot vaarbewijs beroepsvaart besparing betonning bijzonder binnenvaart binnenvaartexamens binnenvaartnieuws binnenwater boeken boekennieuws boordboeken boot delen boot kopen boot verkopen boothuur bootverhuur boten te koop bpr brexit brugbediening buitenboordmotor buitenland caledonia cartografie catamaran cbr certificaten cevni communicatie cruises cursus cvo cwo deeleigendom denemarken dieselmotor diploma discussie doe-het-zelf douane drenthe Duitsland duurzaamheid ecdis economie ehbo el elektriciteit elektrisch varen enc engeland erfgoed Europa evenementen examen financieel fiscaal Frankrijk friesland gadgets geschenk getijden gevaarlijke stoffen gmdss goede doelen golfsurfing gps griekenland groningen groot motorschip groot pleziervaartbewijs groot vaarbewijs grote pleziervaart handhaving historie hiswa hydrografie ICC icp IJsselmeer ilent imray inland-ECDIS innovatie internationaal internationaal vaarbewijs internet Italie jachtbouw jachthavens jachtmakelaar jachtontwerp jeugdboeken jeugdzeilen kaartinstrumenten kaartpassen kado kajuitjachtzeilen keuring kielbootzeilen kinderen aan boord kiteboard kitesurfing klassieke schepen klein vaarbewijs klussen knrm kombuis kroatie kustnavigatie kustwacht leesboeken leren lesmateriaal ligplaatsen logboek m magazines manoeuvreren marcom marifonie marifoon marine markermeer marktontwikkelingen marrekrite medisch meteorologie middellandse zee milieu moezel motorbootvaren motorboten museum natuur nautische publicaties navigatie navigator nederland nie nieuwe schepen noordzee noorwegen oceaan olympische spelen onbemand varen onderhoud ondernemerschap oosterschelde Oostzee opmerkelijk overheid passagiersvaart pilot plannen plastic soup platbodem plezierbootbelasting Polen politie politiek portugal problemen productnieuws promanent provincie radar recycling reddingsbrigade reddingsmiddelen regelgeving reisvoorbereiding reizen rijkswaterstaat rijnpatent rijnvaart river information system rivieren rondvaartschipper rpr RYA sabathical satnav scandinavie scheepsbouw scheepsonderhoud scheepvaart scheepvaartboeken scheepvaartnieuws schiemannen schoonmaken sectornieuws slecht weer sloepvaren sluizen snelle motorboot software spanje spiegel der zeilvaart src sre srw staande mastroute storm stremmingen stuurbrevet SUP superjachten surfing surfschool techniek tips TKN toekomst toerisme toerzeilen topsport trends tuigage Turkije tweedehands uitrusting vaaratlas vaarbelasting vaarbewijs vaardocumenten vaargebieden vaargegevens vaargids vaarinformatie vaarkaart vaaropleiding vaarpraktijk vaarregels vaarreglementen vaarroutes vaarschool vaartax vaartberichten vaartocht vaartuigregistratie vaarvakantie vaarwater vaarweg vaarwijzer vaarwinkel vamex varendoejesamen veiligheid verhuur verkeersbegeleiding vhf visserij waddenzee wadvaren wateratlas waterkaart waterkampioen waterland waterrecreatie watersport watersportbeurzen watersportbladen watersportboeken watersportnieuws watersportopleiding watersportvakantie watersportverbond wedstrijden weer wereldomzeiling Westerschelde wetenswaardig wetgeving windsurfing winterberging winterklaarmaken winterstalling zeekaarten zeeland zeemanschap zeevaart zeevaartschool zeezeilen zeilbewijs zeilboot zeilen zeilheld zeilles zeilschepen zeilschool zeiltrim zwaar weer

Google banner

NIEUWSBRIEF

E-mail adres:

 

Blijf op de hoogte; abonneer u op de gratis nieuwsbrief

Blogarchief

Google side

Vaarwijzer weblog

Vaarwijzer™ is een website met infomatie voor watersport en scheepvaart. Informatie die u helpt om beter voorbereid het water op te gaan. In de Vaarwijzer Weblog vindt u actuele berichten en het archief van alle berichten die eerder in de Vaarwijzer Nieuwsbrief zijn verschenen.