| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Op het IJ in Amsterdam zijn vorige week vrijdag een binnenvaartschip en een veerpont met elkaar in aanvaring gekomen. Daarbij zijn vier mensen gewond geraakt. Twee van hen zijn naar het ziekenhuis gebracht. De politie onderzoekt of er mogelijk een derde schip bij het ongeluk betrokken was.
Op Facebook regende het in verschillende scheepvaart en watersport groepen gelijk van reacties. Zeer stellige uitspraken van de spreekwoordelijke beste stuurlui die kennelijk ooit eens ergens een klok hadden horen luiden, maar de klepel nog niet gevonden hebben.
Voor elke schipper is het relevant te weten welke regels er gelden met betrekking tot een veerpont.
Ten eerste is het relevant om te weten wat een veerpont is. Het Binnenvaart Politiereglement (BPR) dat op het IJ van toepassing is geeft daarvoor een definitie. Hierin zijn twee punten van belang. Een veerpont onderhoudt een veerdienst waarbij een vaarweg wordt overgestoken en een veerpont is door de bevoegde autoriteit aangemerkt als veerpont. De regels onderscheiden verder twee soorten veerponten: vrijvarend en niet-vrijvarend. Die laatste zijn verponden met een kabel dwars over het vaarwater of met een ankerlijn juist in de lengte van de vaarweg.
Vervolgens bevat het BPR diverse bepalingen waaraan een veerpont moet voldoen, zoals het voeren van speciale lichten (groen boven wit rondschijnend) en een vrijvarende pont voert ook nog boordlichten en een heklicht afhankelijk van de richting waarin het vaart.
In Afdeling IV Artikel 6.23 van het BPR staan de vaarregels waaraan een veerpont zich moet houden.
Een veerpont moet dus goed uitkijken en kleine schepen verlenen voorrang aan een veerpont. Een groot schip hoeft geen voorrang te verlenen, maar wordt wel geacht medewerking te verlenen. Bijvoorbeeld door even in te houden of iets op te sturen. In de praktijk zullen de schippers van beide schepen dat via de marifoon even afstemmen.
Waar het in Amsterdam fout ging wordt natuurlijk onderzocht en hierover komt mogelijk pas veel later duidelijkheid. Ter zijner tijd leest u daar weer over in de Vaarwijzer Nieuwsbrief.
Op het Nederlandse deel van de Schelde, de voor zeegaande schepen bevaarbare Westerschelde, en het Belgische deel van de Schelde tot aan de havens van Antwerpen geldt het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW). Dit reglement is speciaal geschreven voor dit bijzondere vaarwater met getijden, drukke beroepsvaart, zandbanken, bochtige geulen en bevat onder andere bepalingen die deels van het Binnenvaart Politiereglement en van de Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee zijn geleend.
In het SRW vooral ook veel aandacht voor de omgang met de grote diepstekende zeeschepen die gebonden zijn aan de vaargeul die op de meeste plekken maar weinig ruimte biedt. Een veilige vaart en het bevorderen van een vlotte doorvaart zijn beiden van belang in deze aanloop naar belangrijke havengebieden. Kleine schepen wijken in het SRW-gebied altijd voor grote schepen. Naast beperkt manoeuvreerbare schepen kent het SRW ook zogenaamde bovenmaatse schepen. Dat zijn schepen die door hun afmetingen beperkt zijn in hun manoeuvreerbaarheid. Dergelijke schepen worden door de bevoegde autoriteiten aangewezen als 'bovenmaats'. Voor de overige scheepvaart zijn deze schepen te herkennen aan een zwarte cilinder als dagmerk en drie rode rondomschijnende lichten bij nacht en slecht zicht. Bovenmaatse schepen hebben voorrang op de andere scheepvaart en varen eigenlijk altijd onder begeleiding van een loods.
Illustratie uit het ANWB Cursusboek Klein Vaarbewijs. Kennis van het SRW is een vereiste voor het examen Klein Vaarbewijs 2 en staat onder andere beschreven in het genoemde cursusboek van de ANWB. Het SRW en alle andere vaarregels die in Nederland en België gelden vindt u onder andere in de ANWB Wateralmanak deel 1.
Nederlandse jachtbezitters hebben last van een schijnbaar minieme wijziging in het ICP, het Internationaal Certificaat Pleziervaartuigen. Waar vroeger bij ‘nationaliteit’ gewoon ‘Nederlands’ stond, is dit nu veranderd in ‘niet van toepassing’. Actualiteitenprogramma Nieuwsuur toonde in hun televisie-uitzending van woensdag 28 oktober dat tientallen Nederlandse zeiljachten door de Italiaanse overheid aan de ketting zijn gelegd door de wijziging in het ICP. De redactie van Zeilen zet één en ander nog eens op een rij.
Eerder schreven wij ook al over deze materie in relatie tot de problematiek van schepen die onder Nederlandse vlag vluchtelingen oppikken. Het lijkt er op dat de spagaat waarin de Nederlandse overheid toen werd gedwongen nu toch een onbedoeld staartje krijgt voor diverse jachteigenaren. Met als gevolg dat de rol van het ICP als officieus eigendomsbewijs in één klap is weggevaagd.
Nog even in het kort. Het is voor pleziervaartuigen niet noodzakelijk voor het jacht een zeebrief aan te vragen om de Nederlandse vlag te mogen voeren. De nationaliteit van de eigenaar is normaal gesproken bepalend. Dus schip van Nederlandse eigenaar dan mag u een Nederlandse vlag voeren. Daar heeft u geen speciale papieren en dus ook geen ICP of Zeebrief voor nodig. Uw paspoort en een eigendomsbewijs zou moeten volstaan. Maar er zijn wel landen die een soort van eigendomsbewijs of registratiebewijs willen zien. Omdat de officiële documenten voor de zeescheepvaart (zeebrief) voor de pleziervaart erg duur en omslachtig zijn is tussen landen onderling het ICP in het leven geroepen. Tot voor kort erkende Italië dat ook gewoon. Door onhandige communicatie van de Nederlandse overheid met haar Italiaanse collega's hebben die nu het Nederlandse ICP op de zwarte lijst gezet. Met alle gevolgen van dien.
Helaas wordt er mis-/gebruik gemaakt van de mazen van de wet en geeft dat vaak problemen voor goedwillende eigenaren. De registratie van een vluchtelingenreddingsschip met een ICP speelt hier mee, maar vooral toch het grote aantal Italianen en Spanjaarden dat hun jacht zogenaamd fiscaal vriendelijk met een ICP in Nederland registreren om zo lokale belastingen en verplichte registratie en andere regels te ontlopen. Dat ze daarvoor forse bedragen aan soms dubieuze registratiekantoren betalen nemen ze daarbij voor lief.
En laten we ook niet vergeten dat het Watersportverbond en het KNMC jarenlang als een soort van trustkantoor jarenlang deze praktijken hebben gefaciliteerd door buitenlandse eigenaren in staat te stellen hun jacht in Nederland met een ICP te registreren. Dat het Nederlandse ICP daardoor nu als dubieus te boek staat hebben zij mede over zichzelf afgeroepen.
Ook vandaag staat nog steeds op de site van het Watersportverbond een linkje voor niet Nederlanders die een ICP willen aanvragen. België kent geen ICP, wel een Vlaggebrief en een registratiebewijs uitgegeven door de Federale overheid. In Duitsland kent men wel het ICP. Dat wordt daar uitgegeven door de ADAC, de Duitse zusterorganisatie van de ANWB. Of Duitse eigenaren ook problemen hebben in Italië is ons niet bekend.
Vorige week schreven wij dat het Agentschap Telecom meer gaat controleren én bekeuren op de ATIS verplichting van marifoons. In de praktijk blijkt dat zo'n 30 % van de marifoongebruikers niet voldoet aan de Atis plicht. Maar lang niet iedere schipper is zich bewust of zijn marifoon wel of niet Atis uitzend. Vrijwel elke marifoon moet de gebruiker de eerste keer zelf programmeren. Dat kan maar één keer en een fout is snel gemaakt. Hoe kunt u controleren of de ATIS code en MMSI code wel goed zijn ingegeven?
De meeste marifoons hebben in het menu een optie om de ingeprogrammeerde gegevens te tonen. Zo kunt u zien of de gegevens juist in het geheugen van de marifoon staan. Een andere mogelijkheid is dat u een verkeerspost oproept op het juiste werkkanaal. Zij kunnen de codes uitlezen en als het niet druk is dan zal men daar in het algemeen aan mee willen werken. Maar wat als de code(s) verkeerd ingevoerd blijken te zijn?
Zelfprogrammeren van de marifoon is éénmalig. Als u dus een fout heeft gemaakt (of een marifoon van een ander heeft gekocht) dan kan alleen een gespecialiseerd bedrijf de marifoon opnieuw programmeren. Als u een marifoon overneemt van iemand die er mee stopt dan kan het handig zijn om zijn registratie en daarmee zijn codes over te nemen. Dat scheelt de kosten van het opnieuw inprogrammeren, maar u moet dit wel samen met de oude eigenaar via het Agentschap Telecom regelen. Blijf zeker niet doorvaren met de oude codes zonder dit met de oude eigenaar afgesproken te hebben. Als deze namelijk een nieuwe marifoon koopt en zijn roepletters en registratie dus behoudt, dan varen er ineens twee schepen rond met dezelfde code. Dat kan leiden tot verwarring en in geval van nood tot onnodige elende, maar u loopt ook het risico bij controle tegen te lamp te lopen.
Alle regels rondom het gebruik van de marifoon leert u bijvoorbeeld in de online cursus marifonie ...
Het Agentschap Telecom mag ook zonder aan boord te komen een boete uitschrijven voor het niet meezenden van de Atis gegevens tijdens een marifoongesprek. Een constatering op afstand is genoeg. Dat blijkt uit een uitspraak in hoger beroep door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag.
Het Agentschap Telecom gaat meer controleren én bekeuren op de ATIS verplichting van marifoons. In de praktijk blijkt dat zo'n 30 % van de marifoongebruikers niet voldoet aan de Atis plicht. Maar lang niet iedere schipper is zich bewust of zijn marifoon wel of niet Atis uitzend. Online verder lezen ...
Alle regels rondom het gebruik van de marifoon leert u bijvoorbeeld in de online cursus marifonie ...
Dankzij een motie van D'66 moet de minister het bestaande lozingsverbod voor de pleziervaart beter gaan handhaven of komen met aanvullende regels. Wij schreven daar al eerder over. Veel boze watersporters reageerden met de opmerking waarom wij wel en de beroepsvaart dan niet?
. Een geluid dat kennelijk in Brussel wel gehoor krijgt.
Bestaande passagiersschepen met 12 tot 50 passagiers zullen vervroegd een vuilwatertank moeten hebben. De verplichting stond voor 2045 maar zal hoogstwaarschijnlijk naar 2030 gaan, 15 jaar eerder. Het CESNI commitee, dat afgelopen dinsdag over dit onderwerp vergaderde in Straatsburg, wil eerst een impact assessment uitvoeren en zal dan hoogstwaarschijnlijk overgaan tot aanpassing van de datum. CESNI wil de datum in lijn brengen met het voorstel van het CDNI (verdragstaten die afspraken hebben gemaakt over afvalstoffen in de binnenvaart) om het lozingsverbod van afvalwater per 2030 ook te laten gelden voor deze categorie schepen. Een maatregel die vooral voor de chartervaart gevolgen zal hebben, maar wellicht op termijn ook positieve gevolgen heeft voor het aantal stations waar afvalwater kan worden afgegeven. Online meer lezen ...
Per 1 oktober 2019 is er een nieuwe regeling met betrekking tot het lozen van toiletwater vanaf recreatievaartuigen. De Regeling lozen buiten inrichtingen is aangevuld waardoor het voortaan onder voorwaarden is toegestaan om toiletwater van recreatieschepen te lozen. Dat heeft minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat bekend gemaakt. De nieuwe regels staan nu het zuiveren van toiletwater aan boord van recreatieschepen toe. Toiletwater dat door een zuiveringsvoorziening aan boord is geleid en voldoet aan de gestelde eisen mag daardoor voortaan worden geloosd. Lees hier verder ...
Het wachten is nog wel op betaalbare en niet te grote en niet kwetsbare en vervolgens ook goedgekeurde installaties die aan boord van een plezierjacht het afvalwater kunnen zuiveren.
Naast het zelf zuiveren wordt in de nieuwe Omgevingswet, naar verwachting in 2021, opgenomen dat het verzegelen van de afsluiters van de lozingspunten van toiletten en vuilwatertanks. Wie de nieuwe regeling goed leest ziet dat de norm voor water dat geloosd mag worden eigenlijk betekent dat urine nu wel ongezuiverd mag worden geloosd omdat daar geen bacteriën in zitten. Als dat inderdaad zo bedoeld is, dan wordt de handhaving er niet makkelijker op.
Een en ander is het gevolg van een lobby van de Hiswa, maar vooral van een motie van D'66 kamerlid De Groot - inderdaad die van de halvering van de veestapel - eerder dit jaar waarin de Tweedekamer de minister dwingt tot maatregels omdat het lozingsverbod voor pleziervaartuigen niet effectief zou zijn. Belangenorganisaties voelen niets voor zo’n verplichte verzegeling en zien veel praktische bezwaren, bijvoorbeeld bij de handhaving.
Bij een aanvaring tussen een snelle rib en een sloep op de Nieuwe Maas bij Rotterdam is een dodelijk slachtoffer gevallen en enkele (zwaar) gewonden. Ironisch genoeg was de schipper van de rondvaart sloep zelf net hersteld van een eerdere aanvaring vorig jaar.
Op de Nieuwe Maas geldt geen snelheidsbeperking en naast de bekende watertaxi's varen er veel andere schepen rond die snelheden kunnen halen die de 50 km/uur ver overschrijden. Onlangs presenteerde het Havenbedrijf nog een nieuwe snelle patroeilleboot die zelfs de 100 km/uur zou kunnen halen. Als sommige schepen zo hard kunnen, dan moeten de handhavers ze immers wel bij kunnen houden.
Niet het eerste ernstige ongeluk waarbij een snelvarende boot betrokken is en uit diverse hoeken vraagt men zich af of het huidige klein vaarbewijs nog wel voldoet voor de snelheden die sommige snelle motorboten kunnen halen. Hoe zit het ook al weer?
In Nederland en in veel andere Europese landen geldt een vaarbewijsplicht voor een snel varende motorboot als deze sneller kan varen dan 20 km/uur. Is de boot kleiner dan 25 meter dan volstaat een Klein Vaarbewijs I en vaart men op grotere wateren zoals het IJsselmeer dan moet men Klein Vaarbewijs II hebben. Hoewel een Klein Vaarbewijs dus bedoeld is voor schippers van snelle motorboten (en onder andere ook voor pleziervaartuigen van 15-25 meter) bestaat de voorgeschreven leerstof vooral uit meer algemene kennis van het varen. Er wordt eigenlijk nauwelijks aandacht besteed aan het varen met een snelle motorboot (of een groter motorschip). Een aanzienlijk deel van de kandidaten die examen doet voor het Klein Vaarbewijs doet dat omdat ze (ook) met een snelle motorboot of waterscooter willen kunnen varen. In Nederland of op vakantie. Het Klein Vaarbewijs is dus onder andere bedoeld voor snelle motorboten, een groot deel van de houders van een Klein Vaarbewijs vaart ook met een snelle motorboot, maar varen met een snelle motorboot komt niet of nauwelijks aan bod in de leerstof. Alsof elke motorrijder rijdt met een gewoon fiets rijbewijs.
Daarnaast is er nog iets aan de hand. Steeds meer ondernemers en organisaties bieden vaartochten aan. Zolang men niet meer dan 12 passagiers meeneemt en het schip kleiner is dan 20 meter volstaat een Klein Vaarbewijs voor de schipper. En dankzij het zogenaamde 'Giethoorn arrest' is soms zelfs meer toegestaan mits men altijd in een vast gebied vaart en het om een open rondvaartboot gaat. Vaartochten met snelle motorboten zijn sterk in opkomst. Niet meer dan 12 passagiers ook dan volstaat dus een Klein Vaarbewijs.
De oorzaak van de recente aanvaring in Rotterdam is nog onbekend. Maar wel dat het om twee boten ging die vaartochten aanbieden. Een sloep en een rib. Voor beide schippers volstaat dus het Klein Vaarbewijs. Welke opleiding beide schippers hebben is niet bekend. Het blijft echter opmerkelijk dat iedereen met een Klein Vaarbewijs mag varen als schipper op een snelle motorboot met soms net zo veel vermogen als een Formule 1 raceauto. Het verschil is alleen dat Max Verstappen en co op een afgesloten circuit rijden. De varende snelheidsmonsters varen echter gewoon tussen al het overige scheepvaartverkeer. De vraag of het huidige Klein Vaarbewijs wel voldoende is voor deze snelle schepen is naar onze mening dus een terechte vraag.
Dode bij aanvaring motorsloep ...
In de haven van West-Terschelling ondergaan tientallen schepen van de chartervloot en passagiersschepen een grote veiligheidsinspectie. Er dobberen zeker vijftig tjalken, botters, skûtsjes en andere passagiersschepen in de haven van West-Terschelling. Ze vormen woensdag en donderdag een gemakkelijke prooi voor de inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Rijkswaterstaat, de Landelijke Eenheid van de politie en het Agentschap Telecom. De diensten kijken of de schippers hun papieren op orde hebben en de veiligheid van en op de schepen voldoende is gewaarborgd. Online verder lezen ...
Afgelopen week viel ons ook de berichtgeving op rond een op hol geslagen speedboot. De reddingsmaatschappij en andere hulpverleners moesten uitrukken voor een speedboot die met flinke snelheid al maar rond bleek te draaien zonder dat er iemand aan boord was. Wat bleek de schipper die een borreltje te veel op had wilde nog even gaan varen, maar viel overboord en omdat hij geen dodemanskoord droeg bleef te boot met het roer naar stuurboord al maar rondjes draaien. De schipper wist veilig op de wal te klimmen en kon niets anders doen dan toekijken of de hulpdiensten uiteindelijk zijn op hol geslagen boot wisten te 'vangen'. De media berichten vervolgens over een bestuurder zonder vaarbewijs, met een te hoog alcohol promillage en geen gebruik van het verplichte dodemanskoord.
Allemaal correcte feiten? De bestuurder van een snelle motorboot moet een (klein) vaarbewijs hebben, mag niet te veel gedronken hebben en moet een dodemanskoord dragen. Maar ... welke bestuurder? Het schip voer immers onbemand rondjes. De kennelijke schipper stond aan de kant. Formeel is er volgens mij geen sprake van dat deze schipper (of eigenaar) op dat moment de bestuurder van zijn schip was. Hij was niet aan boord, had overduidelijk geen enkele controle over zijn schip en er was ook geen sprake van afstandsbediening of zo iets dergelijks. De vaarregels van het BPR kennen geen definitie van het begrip bestuurder, maar in jurisprudentie grepen rechters al eens terug op de Wegenverkeerswet en moet er op toch op enige wijze sprake zijn van (vermeende) controle over het voer- of vaartuig om van een bestuurder te kunnen spreken. Een dronken schipper op de stoel van de bestuurder kan best geen controle hebben, maar wordt op basis van zijn positie aan boord toch als bestuurder aangemerkt. In dit geval stond de stuurman echter aan de wal.
En als je niet de bestuurder bent van een snelle motorboot dan hoef je geen vaarbewijs te hebben, geen dodemanskoord te dragen en mag je best een slokje op hebben. Overduidelijk dat deze schipper veel overlast heeft veroorzaakt en het lijkt me dan ook fair als hij de kosten daarvoor moet betalen, maar de vraag is wel of een boete voor varen zonder vaarbewijs, te veel alcohol en geen dodemanskoord dragen bij de rechter stand zal houden. De beelden zijn in ieder geval wel bijzonder ...
In het Binnenvaartbesluit stond een vervelende fout, waardoor volgens de letter van de wet elk schip dat een ander sleept viel onder definitie van een 'sleepboot'. Dus ook een plezierjacht dat een bijboot sleept was volgens deze bepaling een sleepboot. Met als gevolg dat alle regels voor sleepboten op dat moment ook van toepassing waren op dat slepende schip. Dus groot vaarbewijs en het schip gekeurd en gecertificeerd (CvO). Omdat dit eigenlijk niet de bedoeling was had de minister al besloten niet op dit punt te handhaven.
Vervolgens heeft het even geduurd maar nu is artikel 6C van het Binnenvaartbesluit aangepast. Een sleepboot moet alleen nog een certificaat hebben als deze bedoeld is een ander groot vaartuig (*) te slepen of daarvoor worden gebruikt. Een sleepboot dat als pleziervaartuig gebruikt wordt en dus een klein schip sleept is volgens artikel 6C geen sleepboot en hoeft dus niet aan de certificeringsregels voor een sleepboot te voldoen. Ook een sleepbootje van bijvoorbeeld Scouting dat een aantal zeilvletten sleept en het plezierjacht met een bijboot op sleeptouw is dus geen sleepboot meer. En dus geen CvO. Maar ….
De definitie van sleepboot in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit is niet aangepast. En dus blijft elk schip dat een ander sleept voor de rest van de regels in het Binnenvaartbesluit nog steeds een sleepboot en zijn dus andere bepalingen uit het Binnenvaartbesluit voor sleepboten naar mijn mening nog steeds van toepassing. Met als consequentie dat nog steeds een (beperkt) groot vaarbewijs nodig is voor elk schip dat een ander sleept, tenzij je beschikt over de zogenaamde Verklaring ontheffing sleephaak. Welke ontheffing echter bepaalt dat je niet mag slepen.
Andere media berichten inmiddels dat hiermee ook de noodzaak voor de zogenaamde ontheffing sleephaak komt te vervallen. Dat is dus niet waar en deze ontheffing wordt ook nog steeds in het Binnenvaartbesluit genoemd. Tegelijk blijft dus de oorspronkelijke definitie van sleepboot uit artikel 1 in stand waarmee eigenlijk de hele discussie begon. Mooi dat een sleepboot geen grote vaartuigen sleept geen CvO behoeft, maar naar mijn idee is de minister hier nog niet klaar. Of zie ik hier wellicht toch iets over het hoofd?
Aardige bijkomstigheid is wellicht wel dat historische schepen langer dan 20 meter (of > 100 m3) die geen CvO hebben nu wel weer kunnen varen met een sleep- of duwboot zonder CvO. Mits de schipper dus maar een (beperkt) groot vaarbewijs heeft
(*) Onder groot vaartuig moet u in dit verband schepen of drijvende werktuigen verstaan langer dan 20 meter of een blokmaat (lengte x breedte x diepgang) hebben groter dan 100 m3.
Uiterlijk 30 december 2018 moesten schepen langer dan 20 meter of een blokmaat groter dan 100 m3 over een Certificaat van Onderzoek (CvO) of een vergelijkbaar certificaat beschikken. Aanvragen die op tijd zijn gedaan mogen nog uitlopen, maar wat als de certificering niet op tijd is gestart? Optie is nu om te certificeren als nieuw schip (dus aan alle huidige eisen voldoen); of certificeren als Traditioneel Vaartuig (beschreven in Hoofdstuk 24 van ES-TRIN) als het om een traditioneel vaartuig gaat. Dat laatste biedt mogelijkheden om niet aan alle moderne eisen te hoeven te voldoen. Eén van die onderdelen is een advies waarin wordt bevestigd dat het vaartuig aangemerkt wordt als traditioneel vaartuig. Maar wie kan zo'n advies uitbrengen? De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft daarom de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN) verzocht na te denken over de oprichting van een stichting Adviesorgaan Traditionele Vaartuigen (ATV). Deze stichting kan vervolgens optreden als een “erkend deskundige voor van traditionele vaartuigen”. Lees verder …
Hulporganisatie Sea-Watch hoeft voorlopig niet te voldoen aan de strengere veiligheidseisen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De veiligheidsregels zijn tot 15 augustus niet van toepassing op Sea-Watch, oordeelde de rechtbank in Den Haag dinsdag. Het reddingsschip lag sinds april aan de ketting omdat de organisatie niet kon voldoen aan de nieuwe eisen. Een belangrijke uitspraak omdat de rechter hiermee zegt dat minister geen (nieuwe) eisen aan schepen mag opleggen als de eisen niet duidelijk zijn. En dat als er nieuwe eisen gesteld worden overleg en een goede overgangstermijn wenselijk zijn. Misschien dat de minister dit ook kan meenemen in haar plannen voor de aanpassing van het lozingsverbod van pleziervaartuigen. Hoewel zij in de beoogde aanpassing wel duidelijke regels stelt, bestaat er op dit moment nog helemaal geen zuiveringsapparatuur die daaraan kan voldoen én geschikt is voor gebruik aan boord van het gemiddelde pleziervaartuig.
Vooralsnog blijft het uitgangspunt dat de minister nieuwe regels mag bedenken voor specifieke groepen van schepen wel overeind. In het geval van Sea Watch werden regels geïntroduceerd voor de nieuwe categorie van "schepen die stelselmatig drenkelingen oppikken". Maar waar volgens een latere mondelinge toelichting in de Tweede Kamer volgens de minister niet de schepen van de KNRM reddingsmaatschappij onder vallen. Een nieuwe categorie schepen die alleen in de Nederlandse regels bestaat en waardoor niet zo maar in de vooral internationaal vastgestelde regels waaraan zeegaande schepen moeten voldoen is na te lezen welke dan de regels zijn waaraan die categorie schepen dan moet voldoen.
Recreatievaartuigen moeten sinds 2009 toiletwater opvangen in een vuilwatertank. Het zou mogelijk moeten zijn om zelf toiletwater te zuiveren en vervolgens te lozen. Een vuilwatertank is dan niet meer nodig. In een voorstel schrijft minister Cora van Nieuwenhuizen aan welke eisen zo’n zuiveringsinstallatie zou moeten voldoen. Reageren op dat voorstel is mogelijk tot en met 16 mei 2019. Doen, want mopperen alleen zal niet helpen !
Lees verder op de website ...
Op het Wad geldt een snelheidsbeperking van 20 kilometer per uur. Alleen in de vaargeulen voor de veerboten en de vaargeulen naar de Noordzee mag harder worden gevaren. Uitgezonderd de snelle motorboten; deze mogen dat alleen doen in de tijd tussen en opkomen en het ondergaan van de zon. Veerboten mogen wel in het donker hardvaren. De afgelopen drie jaar wordt door veel mensen op het Wad gewaarschuwd dat er buiten de vaargeulen te snel wordt gevaren. Dit geldt ook voor de avond en de nacht. En door zowel beroeps- als recreatievaart. Rijkswaterstaat houdt met handhavers van het ministerie van Landbouw en Natuur de problemen met het hardvaren op de Waddenzee tegen het licht. Een grote groep mensen ziet het hardvaren regelmatig misgaan en is daar bezorgd over. Online meer lezen …
Enkele maanden terug nam de Tweede Kamer een motie aan van D66 over het lozen van toiletwater door de pleziervaart. Directe aanleiding was het afbreken van de Elfstedentocht door zwemmer Maarten van der Weijden. Hij zou ziek zijn geworden door de slechte kwaliteit van het oppervlakte water en vormde daarmee de inspiratie voor D66 kamerlid De Groot om een motie in te dienen om de minister te dwingen het lozingsverbod voor de pleziervaart beter te handhaven. De minister heeft nu nieuwe regels aangekondigt die elke bezitter van een jacht met boordtoilet aangaan. Lees online verder …
Enkele maanden terug nam de Tweede Kamer een motie aan van D66 over het lozen van toiletwater door de pleziervaart. Directe aanleiding was het afbreken van de Elfstedentocht door zwemmer Maarten van der Weijden. Hij zou ziek zijn geworden door de slechte kwaliteit van het oppervlakte water en vormde daarmee de inspiratie voor D66 kamerlid De Groot om een motie in te dienen om de minister te dwingen het lozingsverbod voor de pleziervaart beter te handhaven.
Achteraf bleek dat Van der Weijden niet zo zeer ziek werd van de kwaliteit van het water, maar juist door het steeds inademen van de uitlaatgassen van de langzaam meevarende begeleidingsboten en boten van toeschouwers. Door weinig wind in de relatief smalle kanalen bleef deze vlak boven het water hangen.
Door de motie gedwongen kondigt de minister nu een deel van een pakket van maatregels aan. Op dit moment is het lozingsverbod voor de pleziervaart absoluut. Afvalwater van het toilet mag niet op het oppervlakte water geloosd worden. Dat betekent dat het op de één of andere manier opgevangen moet worden en aan de wal afgegeven moet worden of op open zee geloosd moet worden. In de praktijk blijkt dat lastig te handhaven omdat een overtreder op heterdaad betrapt moet worden. In de nu aangekondigde regels wil de minister het toestaan dat schepen die aan boord het toiletwater kunnen zuiveren dit dan wel mogen lozen. De huidige regels staan dat niet toe.
Op zich niets mis mee. In plaats van een vuilwatertank kan men straks dus ook kiezen voor een zuiveringsinstallatie aan boord. Er zitten echter een paar addertjes onder het gras. Installaties die aan de in de regels gestelde normen kunnen voldoen blijken nog niet te bestaan dus kan er ook geen prijs aan gehangen worden. De minister verwacht echter dat zij met deze regels het kip-ei probleem doorbreekt. Als de regels duidelijk zijn ontstaat er vraag naar dergelijke installaties en zal de industrie daarin willen voorzien. De vraag is of dat zo zal zijn. Ontwikkeling van nieuwe installaties is niet goedkoop en het gaat om een relatief gering aantal schepen. Onduidelijk is waarom de minister er bijvoorbeeld niet voor kiest om bestaande installaties die in de Verenigde Staten te koop zouden zijn (*) als uitgangspunt neemt. Bijkomend nadeel is dat de regels voorschrijven dat de installatie periodiek gecontroleerd moet worden door een erkend bedrijf, dat niet de producent mag zijn. Dus naast de aanschaf en installatie zijn er ook nog terugkerende kosten. Bij de invoering van het lozingsverbod in 2009 waren er ook nauwelijks installaties om de vuilwatertank te legen. Dat is inmiddels wel anders (zie hier …). Onbekend is echter hoeveel schepen een vuilwatertank hebben en hoe vaak zij gebruik maken van een dergelijke installatie. Als schippers massaal overstappen op een zuiveringsinstallatie zullen de havenexploitanten de investeringen in de afzuiginstallaties versneld moeten afschrijven en worden deze mogelijk zelfs weer weggehaald.
Het andere addertje onder het gras is toch wel dat de minister van plan is het lozingsverbod beter te gaan handhaven en daarvoor denkt aan een verzegeling van de afsluiter van het scheepstoilet. Tenzij men dus een goedgekeurde zuiveringsinstallatie aan boord heeft. En hiermee benadeelt zij niet alleen de kwaadwillende schipper zonder vuilwatertank, maar ook al die schippers die wel een vuilwatertank hebben en die ook altijd netjes laten afpompen bij een walinstallatie. Hoe dit deel van de regels er komt uit te zien is nog niet bekend gemaakt, maar ik kan u verzekeren dat straks alleen commerciële bedrijven die verzegeling mogen aanbrengen en dat die vervolgens om de zoveel tijd vernieuwd en gecontroleerd moet worden. De kosten zijn voor de eigenaar van het schip. En de al zwaar belaste handhavers op het water krijgen er een taak bij; elk schip controleren op de aanwezigheid van een boordtoilet en de verzegeling.
Voor de eerste stap; de regels voor een zuiveringsinstallatie is de internetconsultatie geopend. Probleem is dus dat deze consultatie echter niet gaat om de volgende stap de verzegeling en handhaving. Ondanks dat roep ik toch iedereen op om zijn of haar mening te geven.
Schoon oppervlakte water gaat ons allen aan, maar de manier waarop nu alleen de pleziervaarder er voor opdraait komt mij niet fair over. De binnenvaart mag nog steeds lozen en zo lang er nog op veel plaatsen overstorten van de riolering op het oppervlakte water lozen wordt de waterkwaliteit niet alleen door de pleziervaart bepaald. Misschien dat het goed is de markt eerst zijn werk te laten doen en te zien of de nieuwe zuiveringsinstallaties aan boord in de praktijk ook echt werken.
(*) De markt voor zuiveringsinstallaties op jachten is nog nauwelijks bestaand. Er zijn enkele leveranciers, maar over prijzen, normen ed. is maar mondjesmaat informatie beschikbaar. Kamerlid De Groot stelde in zijn motie dat zuiveringsinstallaties in de Verenigde Staten soms al verplicht zijn en daar dus gemeengoed zouden zijn. In Amerika bestaan inderdaad wel normen. Ook verder van huis in Australië en Nieuw Zeeland. Installaties zoals die nu op de markt zijn, zijn vooral voor superjachten bestemd en dus te groot voor het gemiddelde plezierjacht. De nieuwe regels gelden straks tot 24 meter. Of bestaan uit een behandelingsinstallatie in combinatie met een vuilwatertank omdat de behandeling van het afvalwater immers ook tijd kost. Hiermee komen deze installaties niet tegemoet aan wat de minister noemt als één van de nadelen van een vuilwatertank, namelijk de tank zelf en alle luchtjes die daarbij horen. Ook is maar de vraag of een boordzuiveringsinstallatie straks vrij is van dergelijke luchtjes. Iedereen die wel eens bij een rioolwaterzuivering is wezen kijken weet dat hier onder andere bacteriën voor nodig zijn, dat er reststoffen bij ontstaan en dat het niet altijd even fris ruikt. En voor andere oplossingen zijn vaak juist weer chemicaliën nodig.
