Als u op stromend water met getijdeverschil vaart is het van belang dat u weet wanneer de stroom in welke richting staat en hoe sterk deze stroom dan is. Stroom mee of tegen kan namelijk nog al veel verschil maken. De meest complete publicatie om de informatie over getijden op te zoeken is de HP 33 Waterstanden en Stromen. Elk jaar verschijnt er een nieuwe editie van dit boek. Er bestaan echter ook goede alternatieven.
Als de diepte van het vaarwater in uw vaargebied niet van al te groot belang is (geen droogvallende gebieden) dan is het meestal voldoende om te weten in welke richting de stroom op welk tijdstip staat. U kunt dan volstaan met de stroomkaarten van uw gebied. Een stroomkaart geeft voor elk heel uur voor en na hoogwater met pijlen aan in welke richting de getijstroom staat en hoe sterk deze gemiddeld zal zijn. Als u dus weet hoe laat het in uw positie hoog water is, kunt u met de juiste stroomkaart dus direct zien in welke richting de stroom staat of bijvoorbeeld vanaf hoe laat u stroom mee kunt verwachten.
Stroomkaarten staan uiteraard in de HP33 maar zijn ook los verkrijgbaar. Losse stroomkaarten gaan lang mee, want zolang er in het vaargebied geen grote veranderingen zijn, zullen de getijdestromen voor en na hoog- en laagwater meestal gelijk zijn. Losse stroomkaarten voor Nederland vindt u in de Vaarwinkel. Omdat deze kaarten lang mee gaan hoeft u ze niet elk jaar te vervangen.
Als u wel wilt uitrekenen wat de waterstand in een bepaalde positie is, heeft u naast de tijden van hoog- en laagwater ook een getijtafel en -kromme voor dat gebied nodig. Naast de stroomkaarten staan deze voor Nederland uiteraard in de al genoemde HP33. In combinatie met de losse stroomkaarten kunt u ook het handige boekje Getijtafels van de SDU gebruiken. De nieuwe editie voor 2014 is zojuist verschenen.