Eerder schreef ik over de naderende veranderingen in de BTW regels voor verenigingshavens. De nieuwe officiële regels zijn nog niet gepubliceerd, maar in een nadere uitleg op de website van het ministerie van Financiën is te lezen hoe de nieuwe regels er ongeveer uit komen te zien.
Het komt er op neer dat verenigingshavens (zonder winstoogmerk) straks BTW moeten heffen over ligplaatsen voor bijvoorbeeld motorboten, maar niet over ligplaatsen voor zeilschepen of bijvoorbeeld roeiboten. Erg jammer dat hier zo'n rare tweedeling wordt bedacht, want verenigingen moeten straks én een BTW boekhouding gaan voeren én gaan bijhouden of uw schip nu wel of niet vrijstelling geeft voor de BTW. Persoonlijk is mijn advies aan al die verenigingen waar het om gaat om gewoon een eenvoudige BTW administratie in te voeren. Want daar is geen ontkomen meer aan. Maar om gewoon voor alle ligplaatsen BTW te gaan rekenen. Dat scheelt dan heel veel extra administratie. En heeft als voordeel dat de BTW over alle aankopen en investeringen teruggevraagd kan worden. Die BTW betalen de verenigingen nu ook al, maar kunnen die dus straks terugvragen. Hierdoor dalen de kosten over de hele exploitatie en is het mogelijk te voorkomen dat straks alleen de motorbootvaarders met een prijsverhoging van 21% te maken krijgen.
Ik vind het bijzonder spijtig dat de minister kiest voor een complex systeem met wederom toch weer uitzonderingen en daarmee de verenigingen en dus ook de leden opzadelt met een nieuw probleem. Gezellige ledenvergaderingen worden dat straks als de zeilers voor een BTW vrijstelling pleiten en de motorbootvarende leden dus opzadelen met een kostenverhoging. Wrang ook dat de minister hier op is gekomen op aandrang van het Watersportverbond en dat de hele discussie destijds juist is aangezwengeld door de Hiswa. Twee clubs die toch gezamenlijk voor de belangen van de watersport moeten opkomen.
